Jona.

Jona, Jona, sprak de Heere,

Ninevé moet zich bekeren,

want hun slechte, kwade daden

sloeg Ik al een tijdje gade.

 

Maar Jona was heel eigenwijs

en ondernam een andere reis,

weg van het aangezicht van God,

koos hij voor zijn eigen lot.

 

Maar op de boot ging het goed fout

en ieder vocht voor zijn behoud,

want God hanteerde een andere norm

en zorgde voor een grote storm!

 

Een ieder gilde naar zijn god

en wierpen samen toen het lot,

dat wees hen duidelijk Jona aan,

ze wilden zonder hem verder gaan.

 

Toen gooiden ze Jona in de zee,

de storm hield op, dat zat dus mee!

God beschikte een grote vis,

die had Jona op zijn dis!

 

 

Maar Jona vond het maar een plaag,

daar onder in de vis z'n maag!

Het zeewier zat al op zijn hoofd,

toen hij beterschap beloofd.