Gods Lente.

Oh, Lentepracht,

met tere kleuren,

hoe betoverend zijn

je prille geuren,

gevangen in de ijle lucht,

een adem Gods,

een zachte zucht.

Ontroerd hoor ik het vogelkoor,

een danklied bij het ochtendgloor'

een jubel in de morgen,

want God zal voor hen zorgen!

En als een takje teer uitbot,

dank ik mijn Schepper en mijn God,

oh, Heer, ik kan wel zingen,

want groot geluk, zit vaak in kleine dingen!