Een treurwilg stond zo somber

en liet zijn twijgjes hangen,

bomen hebben toch rechte takken,

dat was ook zijn verlangen!

 

Dus stond hij daar te treuren

aan de oever van een meer,

Gods Wind blies door zijn blaadjes,

Hij deed dat keer op keer!

 

Zijn lange dunne twijgen

hingen slapjes naar omlaag,

dit was niet wat hij wilde,

sterke takken had hij graag!

 

 

 

Maar 't wilgje zag zijn schoonheid niet,

van gouden blaadjes met zacht groen,

zijn Schepper had hem mooi gemaakt,

alleen zijn God kon zo iets doen!

En ook zijn diepe wortels

van treurigheid en grief,

veranderde God in blijdschap,

want Hij had dit wilgje lief!

 

Opeens verdween de somberheid

door 't waaien van Gods Wind,

zijn dunne takjes juichten

als een gelukkig, vrolijk kind!

 

Zo mogen wij ook leren

van 't wilgje aan het meer,

blijdschap in plaats van treurigheid,

dát is de wil van onze Heer!

 

                                Els Hengstman-van Olst.